Overal om je heen zitten patronen, ook al zie je ze niet meteen. Een rij ramen in een gevel, tegels op een vloer of pannen op een dak herhalen telkens dezelfde vorm. Die herhaling geeft een foto een rustig en ordelijk gevoel. Wie de patronen leert zien, ontdekt in een gewone straat ineens veel onderwerpen. Het is een spelletje dat je overal kunt spelen.
Ga recht voor het patroon staan, zodat de lijnen mooi evenwijdig lopen. Houd de gsm zo recht mogelijk, want schuine lijnen vallen bij een patroon erg op. Een vloer met tegels is een mooi begin, want je kunt er zo recht op neerkijken. Een gevel met ramen fotografeer je best van iets verder weg, zodat je alles in beeld hebt.
Een fout in het patroon zoeken
Een patroon wordt pas echt boeiend als er iets in afwijkt. Denk aan één open raam tussen vele gesloten ramen of één rode tegel tussen witte. Dat ene detail trekt meteen de blik en geeft de foto een punt om naar te kijken. Zonder zo'n afwijking kan een patroon saai lijken. Kijk dus goed of je ergens een kleine uitzondering vindt.
Ook het licht speelt hier een rol. Als de zon schuin op een gevel schijnt, werpt elk raam of elke rand een schaduw. Die schaduwen vormen samen een tweede patroon bovenop het eerste. Het beeld wordt daardoor rijker en interessanter, ook al is het onderwerp heel gewoon. Kom terug op een ander moment van de dag en vergelijk de foto's.
Zoek patronen niet alleen buiten, maar ook in je eigen huis. Een rek met borden, een rij boeken op een plank of de tegels in de keuken werken prima. Je hoeft er zelfs de deur niet voor uit. Op een regenachtige dag is dit een fijn tijdverdrijf. Je merkt dat de wereld vol orde zit, als je er maar oog voor hebt.
Kies uit je foto's de beste en bekijk ze eens naast elkaar. Een reeks patronen uit één buurt vormt samen een portret van die plek. Je ziet welke vormen en kleuren er telkens terugkomen. Dat maakt je blik scherper, ook voor andere foto's. Wie patronen ziet, ziet de wereld met andere ogen.