Bij een meer of een vijver zwemmen bijna altijd wel eenden of zwanen rond. Ze bewegen rustig en zijn daardoor een dankbaar onderwerp voor een foto. Toch loont het om geduldig te zijn en niet meteen naar het water te rennen. Vogels schrikken van snelle bewegingen en zwemmen dan snel weg. Loop dus langzaam naar de oever en blijf daar even rustig staan.
Ga liever niet te dicht bij de dieren staan. Een zwaan die zich bedreigd voelt, kan boos worden en gaan sissen. Blijf op een rustige afstand en geef ze de ruimte. Als je telefoon de dieren dichterbij kan halen, kun je dat voorzichtig gebruiken. Een foto vanaf een afstand ziet er vaak natuurlijker uit dan een foto van vlakbij.
Het water als deel van de foto
Het water speelt bij deze foto een grote rol. Op een windstille ochtend ligt het oppervlak zo glad als een spiegel. Dan zie je de vogel twee keer, één keer echt en één keer in het water. Zulke weerspiegelingen geven een foto rust en diepte. Bij wat wind kabbelt het water juist, en dat geeft een levendiger beeld.
Zet het dier niet altijd precies in het midden. Laat aan de kant waar het dier naartoe zwemt wat extra ruimte over. Zo lijkt het alsof het dier nog verder het beeld in kan zwemmen. Wat riet op de voorgrond of een tak boven het water kunnen het beeld extra sfeer geven. Kijk of je de foto van een lage plek kunt maken, dicht bij het wateroppervlak.
Wacht op het moment dat de vogel iets doet. Een zwaan die zijn vleugels uitslaat of een eend die zijn kop onder water steekt, geeft de foto meteen leven. Neem daarom liefst meerdere foto's achter elkaar, ook als het even niets lijkt te gebeuren. Later kun je thuis rustig de beste uitkiezen. Je merkt dat je door het geduld steeds meer ziet.
Een foto van eenden en zwanen bij het water herinnert aan een rustige wandeling. Het is een onderwerp dat je bijna overal kunt vinden, in het park, langs een kanaal of aan een plas. Neem de tijd om te kijken voordat je op de knop drukt. Wie eerst goed observeert, maakt vaak de mooiste foto's.