Als je zelf hebt gekookt, wil je het resultaat soms even vastleggen. Het beste moment is vlak voordat het eten op tafel komt. Dan is alles nog warm, netjes opgeschept en ziet het gerecht er vers uit. Wacht niet te lang, want een gerecht verandert snel als het even blijft staan. Zorg er dus voor dat je telefoon al klaarligt.
Kies een mooi bord of een mooie schaal voor het gerecht. Een effen bord in een rustige kleur laat het eten het beste uitkomen. Veeg de rand schoon met een doek, want een druppel saus valt op een foto meteen op. Een paar verse kruiden erover geven het bord kleur en leven. Overdrijf het niet, want te veel versiering leidt af van het eten zelf.
Het juiste licht en de juiste hoek
In de keuken is het licht vaak hard of geel. Loop daarom met het bord naar een raam, waar het daglicht zacht op het eten valt. Is het buiten al donker, zet dan het licht boven de tafel aan en houd het andere licht uit. Zo krijgt het eten één warme kleur in plaats van een mengeling van verschillende tinten.
Probeer het bord schuin van voren te fotograferen. Zo zie je de hoogte van het eten en niet alleen de bovenkant. Van recht boven wordt een schotel met stamppot of soep al snel een egale vlek. Een gerecht met veel lagen, zoals een ovenschotel, komt juist goed uit van opzij. Maak gerust een paar foto's vanuit verschillende hoeken en kies daarna de mooiste.
Denk ook aan wat er om het bord heen staat. Een houten tafel, een servet en een glas water maken het beeld compleet. Haal dingen weg die er niet bij horen, zoals een stapel post of een pak melk. Laat het beeld liever wat leeg dan te vol. Een rustig beeld laat het eten beter tot zijn recht komen.
Ga na de foto meteen aan tafel, zodat het eten niet koud wordt. Een foto is snel gemaakt en mag nooit het gesprek aan tafel verstoren. Later kijk je er graag naar terug, vooral als het gerecht bijzonder goed gelukt was. Zo bouw je met de tijd een kleine verzameling van je eigen gerechten op.